Indische Letteren

Het tijdschrift Indische Letteren is vanaf de start in 1986 een podium voor mijn historische en literaire belangstelling voor voormalig Nederlands-Indië. Het is het tijdschrift van de Werkgroep Indische Letteren van de Rijksuniversiteit Leiden. De stimulans tot oprichting ging uit van de Oost-Indische Spiegel van Rob Nieuwenhuys, die ik in mijn hoedanigheid als directeur van het Fonds voor de Letteren een oeuvreprijs mocht uitreiken. Ik ben bij het tijdschrift betrokken geweest als lid van de redactie, adviseur en auteur. Ik publiceerde o.a. over leven en werk van mijn voorvader de auteur W.L. Ritter, verzorgde publieksprogramma’s voor de Werkgroep Indische Letteren, gaf een Bronbeeklezing over Gouden Boekje Wim is Weg van Rogier Boon en publiceerde hierover in het tijdschrift.

 

Daarnaast word ik met enige regelmaat gevraagd door Tong Tong Fair als gespreksleider, interviewster of publiciste in hun tijdschrift  Indisch Anders. Zo verzorgde ik een programma over schrijver en journalist Tjalie Robinson, interviewde ik de auteur Pauline Slot over haar boek Soerabaja en leidde op de TTF 2018 het gesprek tussen auteur Reggie Baay en literatuurwetenschapper Jacqueline Bel over de Indische footprint in de literatuur. Over dit laatste onderwerp verzorgde ik eerder lezingen voor de Vrienden van de Koninklijke Schouwburg en Litteraire sociëteit De Witte in Den Haag.

Op verzoek van het Indisch Herinneringscentrum leverde ik een bijdrage in 2015 aan de bundel Thuis in beeld  in het kader van de Indië Herdenking 15 augustus 1945. Eerder verscheen in het maandblad Moesson in de reeks Mijn Poesaka een verhaaltje van mijn hand over de toneelkijker van mijn grootvader. Later bleek dat verhaaltje de voorbode tot een mooie bijdrage over de erfstukken in mijn familie in het boek De lange reis van de Poesaka van Simone Berger en Armando Ello. In 2018 opende het Scheepvaartmuseum de tentoonstelling ms Oranje Koers Gewijzigd over het iconische passagerschip De Oranje dat ook ons gezin in 1955 ‘repatrieerde’ naar Nederland. Het Indische Herinneringscentrum organiseerde een aantal bijeenkomsten en vroeg mij zitting te nemen in een van de panels in de reeks Gepeperd Verleden, een onderzoek naar de betekenis van een gedeelde koloniale erfenis vanuit verschillende perspectieven.